Een bord dat niet start geeft bijna altijd eerst een meetbaar signaal af. Wie meteen begint met verhitten, verliest dat signaal. De route hieronder kost tien minuten en levert in de meeste gevallen al een richting op.
1. Kijk voordat u meet
Zet het bord onder de microscoop en loop de randen langs. Verkleuring, corrosie, een verschoven component of een beschadigde pad vertelt u waar iemand eerder heeft gewerkt of waar vocht heeft gestaan. Noteer wat u ziet; het verklaart later vaak de meetwaarden.
2. Meet de ingangsspanning
Sluit het bord aan op een labvoeding met stroombegrenzing. Loopt de stroom direct op zonder dat het bord start, dan zoekt u een kortsluiting. Blijft de stroom op nul, dan komt er ergens vóór de hoofdrail geen spanning binnen.
3. Controleer de hoofdrails
Meet de rails die het bord zelf opwekt, één voor één, en vergelijk met het schema. Een rail die ontbreekt wijst naar de regelaar die hem maakt; een rail die inzakt wijst naar een verbruiker verderop.
4. Klok en resetlijn
Staat de voeding goed, kijk dan naar de klok en de resetlijn met een oscilloscoop. Geen klok betekent geen start, hoe gezond de rest ook meet. Een resetlijn die laag blijft hangen wijst meestal naar de chip die hem aanstuurt.
Wat u hierna doet
Met deze vier metingen weet u of u in de voeding, in de klok of in de datalijnen moet zoeken. Pas dan pakt u de soldeerbout. Twijfelt u over de vervolgstap, stuur uw meetwaarden mee bij een reparatieaanvraag; dat scheelt ons diagnosetijd en u geld.

